Posts tonen met het label Geschiedenis van de 18e eeuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geschiedenis van de 18e eeuw. Alle posts tonen

zondag 17 mei 2026

De 'tijdgeest' van de achttiende eeuw. Enkele overdenkingen.


    Jacob van Strij - Zomergezicht buiten Dordrecht. Dordrechts Museum.


Onderstaand artikel verscheen in het literaire tijdschrift Ballustrada, jaargang 38, nummer 3/4 in het najaar van 2024. Daarom ontbreekt het hier eerder besproken boek Verlicht en vilein van Marleen de Vries in de literatuuropgave.


Wanneer we spreken over de tijdgeest van de achttiende eeuw, doen we die eeuw tekort. Tussen pakweg 1700 en 1800 zijn verschillende 'tijdgeesten' te ontwaren, perioden waarin bepaalde opvattingen toonaangevend waren. Als we ons tenminste willen houden aan de definitie die Van Dale geeft van het begrip tijdgeest.

De achttiende eeuw stond in de geschiedenisboeken uit mijn lagere schooltijd bekend als een eeuw van saaiheid en gezapigheid. De eeuw die de zoetelijke, moralistische verzen van Hieronymus van Alphen voortbracht. Een eeuw van economische achteruitgang in de Republiek die tenslotte eindigde in de misere van de Franse tijd. Deze Jan Salie-geest zou kenmerkend zijn voor de achttiende eeuw, althans in Nederland. Of dat ook werkelijk zo was, valt te bezien.

Inderdaad, economisch werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden na pakweg 1700 overvleugeld door zijn grote Europese concurrenten, Engeland en Frankrijk en dan vooral door de eerste. Dat hield niet in dat de Republiek in snel tempo verarmde, dat gebeurde pas aan het einde van de eeuw, met name door de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) en de Franse tijd (1795-1813). De Bataafse Republiek (1795-1806) was een zwakke vazalstaat van Frankrijk die door zijn grote broer werd meegesleept in de oorlogen van het revolutionaire bewind in Parijs en vervolgens in die van Napoleon. Het Continentaal Stelsel (1806-1814) was zo rampzalig voor de Nederlandse economie dat zelfs Napoleons broer, koning Lodewijk Napoleon, die van 1806 tot 1810 over het Koninkrijk Holland regeerde, probeerde er de hand mee te lichten, wat hem mede zijn troon kostte.

Tijdens de regering van Lodewijk Napoleon werd wel de bases gelegd voor het latere Rijksmuseum, de Koninklijke Bibliotheek en het Koninklijk Instituut van Wetenschappen. Waar ik als Dordtenaar minder gecharmeerd van ben is des konings besluit om de munt, sinds het laatste kwart van de veertiende eeuw gevestigd in mijn stad, te verplaatsen naar Utrecht. Ook werd onder zijn bewind een begin gemaakt met het scheppen van eenheid in de rechtspraak, een belangrijke, bindende factor in de maatschappij. Dat is formeel al niet meer in de achttiende eeuw, maar ontwikkelingen reiken nu eenmaal vaak over een eeuwwisseling heen.

Liever dan van een tijdgeest te spreken, heb ik het over een aantal opvallende kenmerken van de achttiende eeuw, een periode waarin veel werd gezaaid dat in later eeuwen werd geoogst. Enkele voorbeelden: de uitvinding van de stoommachine door Newcomen en Watt, die een sleutelrol speelde in het op gang komen van de Industriële Revolutie, de uitvinding van de luchtballon door de gebroeders Montgolfier, een bescheiden begin van de luchtvaart, de uitvinding van de bliksemafleider door Benjamin Franklin en de uitvinding van de koepokvaccinatie door Edward Jenner.

Een van de belangrijkste ontwikkelingen in deze eeuw is het steeds prominenter worden van de ideeën van de Verlichting, met filosofen als Jean Jacques Rousseau, Voltaire, David Hume, Adam Smith en anderen. De geletterdheid nam sterk toe, boeken werd steeds belangrijker en verschillende letterkundige stromingen, zoals de Romantiek, hebben hun wortels in de achttiende eeuw. Verlichte opvattingen, zoals die over volkssouvereiniteit, speelden een belangrijke rol bij de ondergang van het Ancient Regime in Frankrijk en het ontstaan van de Verenigde Staten en de Bataafse Republiek.

Het laatste kwart van de achttiende eeuw kenmerkt zich door revoluties. Allereerst de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog (1775-1783), een revolutie tegen het Britse, koloniale gezag. Deze leidde tot het ontstaan van de Verenigde Staten, de eerste (federale) staat die een grondwet kreeg op basis van de Trias Politica, de leer over de scheiding van de staatsmachten die werd uitgewerkt door de Verlichtingsfilosoof Montesquieu.

Ten tweede de Patriottenrevolutie in de Republiek der Verenigde Nederlanden (1780-1787), waarin de door Verlichtingsidealen geïnspireerde regenten en de gegoede burgerij zich keerden tegen het absolutisme van stadhouder Willem V. Hoewel de revolutie uiteindelijk de kop werd ingedrukt door de zwager van Willem V, de koning van Pruisen, keerden veel patriottische ideeën terug in de constitutie van de latere Bataafse Republiek. In deze periode richtten burgers in Holland milities op, exercitiegenootschappen, om zich zonodig tegen de stadhouder te weren. In mijn stad, Dordrecht, werd in 1783 het eerste opgericht onder de veelzeggende naam De Vrijheid.

Ten derde de Franse Revolutie, die begon met de bestorming van de Bastille in Parijs op 14 juli 1789, een dag die nog steeds met veel militair vertoon in Frankrijk wordt gevierd. De overbekende motto van de Franse Revolutie was Egalité, Liberté, Fraternité. Desondanks liep deze revolutie uit op een bloedbad, een schrikbewind onder Robespierre en zijn Comité de salut public, met als slotakkoord de Napoleontische oorlogen met alle ellende van dien, maar dan zitten we alweer in de negentiende eeuw. Nederland heeft er de terugkeer van de Oranjes aan te danken, alsmede de Tiendaagse Veldtocht, maar nu dreigen we ietwat uit de bocht te vliegen.

Tegenover de veronderstelde gezapigheid in de Republiek der Verenigde Nederlanden staat niet alleen het opstandige elan der Patriotten, maar zien we op cultureel gebied de opbloei van tal van genootschappen, al dan niet, in het voetspoor van de Verlichting, met als doel het opheffen van de gemene man. De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, opgericht in Edam in 1784 is hier een schoolvoorbeeld van. In Dordrecht richtten de schilder Abraham van Strij en enkele andere kunstenaars het Teekengenootschap Pictura op, dat dit jaar zijn 250-jarig bestaan viert. Een ander icoon is de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, die in 1766 het levenslicht zag in Den Haag.

In mijn schooltijd gold onder veel Neerlandici de overtuiging dat het met de vaderlandse letteren in de achttiende eeuw niet veel zaaks was. Ik noemde Hieronymus van Alphen reeds, maar het was toch ook de eeuw van Betje Wolff en Aagje Deken, alsmede van Belle van Zuylen. Misschien gaat het iets te ver om hen als evenknieën te beschouwen van de Engelse schrijfster Mary Wollstonecraft, voorloper van de vrouwenemancipatie, maar hun ideeën zijn tot op heden actueel en misschien is het niet toevallig dat het hier in alle gevallen om dames gaat. Wat te denken ook van Sarah Ponsonby en lady Eleanor Butler, twee vrouwen uit de Anglo-Ierse adel die vluchtten naar Wales en er daar een gezamenlijke huishouding op na hielden in hun landhuis Plas Newydd bij Llangollen. Een huis dat als een magneet werkte op de Britse culturele elite.

Het lijkt me niet gedurfd om te beweren dat de wortels van de vrouwenemancipatie teruggaan tot de achttiende eeuw, zoals dat ook het geval is met het verzet tegen de slavernij, al was dat meer een zaak van de Engelsen dan van de Nederlanders, want wat het abolitionisme aangaat, sukkelde Nederland vooral mee in de achterhoede en duurde het tot ver in de negentiende eeuw voordat het lot van de slaven (en laten we in 's hemelsnaam die lelijke uitdrukking 'tot slaaf gemaakten' nooit meer gebruiken) op enige belangstelling kon rekenen. Dat gold mutatis mutandis wat de overheid betreft ook voor het wel en wee van het vaderlandse proletariaat, maar dit terzijde.

De veelzijdigheid van de achttiende eeuw, waarin de Franse culturele invloed dominant was, althans in continentaal Europa, toont zich ook in een beweging als het Libertinisme. Vooral onder invloed van een op seks beluste, zich in de luxe van Versailles vervelende adel, veranderde deze stroming steeds meer van een spirituele, op de vrije geest gerichte beweging, in eentje van een niets ontziende losbandigheid. Een belangrijke propagandist daarvan was de Markies de Sade, waarvan de boeken in mijn tienerjaren opnieuw in het Nederlands werden vertaald door Hans Warren en die wij, uiteraard, met rode oren lazen. Daar kon de overigens voortreffelijk schrijvende Jan Wolkers niet tegenop. Tegenover die losbandigheid stond dan weer de puriteinse maatschappij zoals die zich na de onafhankelijkheid in de Verenigde Staten ontwikkelde. Lees daar The Scarlett Letter van Daniël Hawthorne maar eens op na.

Kortom, de achttiende eeuw is een caleidoscoop vol veelzijdigheid, boeiende tegenstellingen en ontwikkelingen die doorwerken tot in onze tijd. Ik zou er een boek over kunnen schrijven, ware het niet dat dat recent al is gedaan. Ik noem enkele eigentijdse boeken die zeker het lezen waard zijn, terwijl natuurlijk ook de literatuur uit de periode zelf aanbevolen blijft. Ik heb bijvoorbeeld bij geruchte gehoord dat De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart binnenkort wordt heruitgegeven. Mocht dat gerucht niet kloppen, dan is er nog altijd wel een bibliotheek die het boek koestert.

Recent las ik: De adembenemende achttiende eeuw van de Vlaamse historicus Francis Weyns (Gent 2022). Voor wie zijn taaie schrijfstijl aankan is Patriots and Liberators. Revolution in the Netherlands 1780-1813 van Simon Schama (New York 1977) aanbevolen, evenals The Ladies of Llangollen: A Study in Romantic Friendship van Elizabeth Mavor, in 2001 verschenen bij Penguin. Na lezing van dat boek wil je terstond een bezoek aan Plas Newydd, tegenwoordig museum, brengen. Dan ben je echt terug in die geweldige achttiende eeuw.

woensdag 20 augustus 2025

De botheid bleef




Vaak denken mensen als het gaat over de achttiende-eeuw aan een periode van gezapigheid die wordt gekenmerkt door de brave versjes van Hieronymus van Alphen, auteur van het bekende gedicht De pruimeboom. Een eeuw waarin weliswaar allerlei Verlichtingsideeën doorbraken, maar die meer nog gekenmerkt werd door de traagheid van de trekschuit en het steeds meer door concurrenten overvleugeld worden van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Een eeuw waarin allerlei ontwikkelingen ontstonden die uiteindelijk zouden leiden tot onze huidige samenleving, maar daar moest dan nog wel verschrikkelijk veel tijd overheen gaan. Een eeuw die zich eigenlijk niet kon meten met de glorierijke zeventiende.


Wie zulke gedachten over Nederland in de achttiende eeuw koestert moet beslist het boek Verlicht en vilein lezen van Marleen de Vries. Dan kom je in de eerste plaats heel wat zaken tegen die je doen denken aan de dag van vandaag. "Achttiende-eeuwers hadden korte lontjes en waren minstens zo driftig, direct en grofgebekt als de hedendaagse Nederlanders die zich anoniem uitleven op de sociale media - botheid is een constante in de Nederlandse cultuur - maar uiteindelijk stond dat de vooruitgang niet in de weg," schrijft ze op pagina 20. Die vooruitgang hebben we volgens De Vries "te danken aan idealistische burgers die geloofden in verandering en die bleven vechten voor een rechtvaardiger en humanere maatschappij."


Er veranderde nogal wat tussen pakweg 1700 toen in de woorden van De Vries de Republiek nog het meest leek op een hedendaagse bananenrepubliek "met corrupte regenten die de macht onderling verdeelden" en 1800. Aan het eind van de eeuw waren er een grondwet, waren kerk en staat gescheiden, was er gelijkberechtiging van alle religies, kende het land vrijheid van meningsuiting en begon men op nationaal niveau aandacht te besteden aan het onderwijs, waarvan het belang meer en meer werd ingezien. Ideaal was het nog niet, vrouwen hadden nog lang geen stemrecht en stonden nog immer onder de voogdij van een man. De handelingsonbekwaamheid van een gehuwde vrouw werd pas in 1956 afgeschaft en toen ik in 1955 op de kleuterschool zat, raakten we onze geliefde juf halverwege het jaar kwijt omdat ze ging trouwen, wat haar gedwongen ontslag betekende.


De achttiende eeuw kende vele veranderingen en politieke spanningen, uitlopend op de revolutie van 1780-1787, die eindigde in een korte burgeroorlog en het ingrijpen van de Pruisen. Op cultureel gebied was het op allerlei terrein een bloeiperiode, met vooral de opvallende opkomst van de literatuur in de vorm van de roman. Denk bijvoorbeeld aan de namen Betje Wolff en Aagje Deken, Rhijnvis Feith en Belle van Zuylen. Het was, met name na 1750, de eeuw van de wetenschappelijke en kunstzinnige genootschappen, waarvan sommige nog steeds een rol spelen. Denk aan de Hollandse Maatschappij der Wetenschappen (Haarlem 1752), de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen (Edam 1784), de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (Leiden 1766) en in mijn eigen stad, Dordrecht, het oudste Teekengenootschap van Nederland, Pictura (1774).


De turbulente, allesbehalve gezapige achttiende-eeuw vertoont nogal wat parallellen met onze tijd. De eeuw "stierf van zwendelende aandeelhouders, leugenaars en bedriegers, venijnige dichtstukken en satirische prenten." De laatste twee werden verspreid door middel van pamfletten, de 'sociale' media van die tijd. In die pamfletten werden tegenstanders uitgescholden en soms, even anoniem als bij de computerhelden van nu, met de dood bedreigd. Ook tierden antisemitisme, seksisme en anti-papisme welig en werd van alles wat er misging, de economische crisis, de hopeloos verlopende oorlog met Engeland, de schuld aan 'de buitenlanders' gegeven. In de achttiende-eeuw waren dat vooral arbeidsmigranten en Duitse seizoenarbeiders. Het klinkt nogal modern. Desondanks kwam er tegen het einde van de eeuw ook zoiets op als een moderne publieke opinie, wat vooral te danken was aan de opkomst van de tijdschriften.


In vlot, verfrissend proza beschrijft Marleen de Vries het Nederland van de achttiende-eeuw, de eeuw die ook wel de pruikentijd wordt genoemd. Aan het einde ervan verdween in vooruitstrevende kringen de pruik langzamerhand en begon de samenleving traag te groeien naar een maatschappij zoals we die nu kennen. Daarmee verdwenen niet alle negatieve karaktereigenschappen van de Nederlander, zo leert ons een snelle blik op een internetriool als X.


Marleen de Vries, Verlicht en vilein. Een biografie van achttiende-eeuws Nederland. Amsterdam 2023.