maandag 28 december 2020

Grieks-Macedonië museaal




Er wordt weleens gekscherend gezegd dat je in Griekenland maar een spade in de grond hoeft te steken om een archeologische vondst te doen. Dat daar iets inzit, blijkt uit de vele plaatsen waar je archeologische musea vindt. Sommige niet meer dan een huisje vol door elkaar staande vondsten met niet of nauwelijks uitleg, andere buitengewoon professioneel opgezet en uitstekend geoutilleerd. Griekenland heeft veel te bieden op museaal gebied en Thessaloniki en omgeving vormen daar geen uitzondering op. Graag neem ik buitenlandse bezoekers mee naar musea in de stad, zoals het Archeologisch Museum, het Byzantijns Museum, het Macedonisch Museum voor Moderne Kunst of het Joods Historisch Museum, maar er zijn er ook die ik liever mijd. Dat geldt voor het Oorlogsmuseum, maar vooral voor het Museum van de Macedonische Strijd. Dat staat bol van nationalistische heldenverering en er wordt, zacht gezegd, een nogal eenzijdige visie op de geschiedenis uitgedragen. 


Een museum waar ik regelmatig tegenover zit, als ik het mooie, Art Deco-café Prigkipos in de Apostel Paulusstraat bezoek, is het geboortehuis van Mustafa Kemal (beter bekend als Atatürk) naast het Turkse consulaat. Het is de plek waar in 1955 een bomaanslag werd gepleegd, die het begin inluidde van bloedige pogroms in Turkije, gericht tegen de Griekse inwoners van Constantinopel en de eilanden Imbros en Tenedos. Dat had te maken met problemen op Cyprus. Om het geboortehuis van Mustafa Kemal te bezoeken moet je een afspraak maken en op de een of andere manier ben ik daar nog steeds niet toe gekomen. Wel is het inmiddels een trekpleister geworden voor Turkse toeristen die in steeds grotere aantallen Thessaloniki bezoeken. De omliggende horeca speelt daar handig op in met menukaarten en aanbiedingen in het Turks en menige Griekse ober blijkt een aardig woordje Turks te spreken. Als historicus doet het me een beetje denken aan de meertalige, multiculturele stad die Thessaloniki in de Osmaanse tijd (1430-1912) was.


Een heel bijzonder museum vind je op ongeveer een uur rijden van Thessaloniki, in Vergina. Daar werd in 1977, tijdens opgravingen onder leiding van professor Manolis Andronikos van de Aristotelesuniversiteit, een aantal in goede staat verkerende graven ontdekt, waaronder zeer waarschijnlijk dat van koning Philippos II, de vader van Alexander de Grote. Doordat ze vrijwel ongeschonden waren en rijkelijk voorzien van goud- en andere schatten, geldt deze vondst als de belangrijkste in Griekenland, op de opgraving van Mycene door Heinrich Schliemann na. Veel voorwerpen bevonden zich tot 2000 in het Archeologisch Museum van Thessaloniki, maar sinds het gereedkomen van het museum in Vergina, is het meeste nu daar te zien.


Het bijzondere is dat het museum zich onder de, deels herstelde, grafheuvel bevindt waarin de tomben werden ontdekt. Je daalt letterlijk af naar de graven. Vochtigheidsgraad en temperatuur worden door een electronisch systeem geregeld, om met name de kwetsbare muurschilderingen in goede staat te houden. De vernuftige belichting, waardoor je in het halfduister loopt, terwijl de tombes en vitrines zijn uitgelicht, zorgt voor een bijzonder effect. Ik vind het, op het Akropolismuseum na, het mooiste en interessantste, Griekse museum dat ik tot nu toe bezocht. Ga er alleen niet eind april of begin mei, het schoolreisseizoen, naartoe want dan is het onmogelijk druk.

Foto: auteur

Eerder gepubliceerd in het Griekenland Magazine, winter 2019.