vrijdag 25 januari 2019

Bevindelijken op zijn Grieks



De meeste inwoners van Lamia zullen in oktober 2016 vreemd hebben opgekeken. Tijdens een processie droegen monniken het lichaam van de overleden bisschop Kallinikos door de straten, gebalsemd en in vol ornaat gezeten op zijn bisschoppelijke troon. Daarna volgde de begrafenis in het klooster van Agios Athanasios. 

Hoewel het gebruikelijk is in Griekenland om iemand in een open kist te begraven en deze pas op het laatste ogenblik te sluiten, is het ronddragen van een overleden geestelijke op zijn zetel dat allerminst. Het gaat hier dan ook niet om een bisschop van de Grieks-orthodoxe kerk, de staatskerk, maar om de zogenaamde oud-kalendristen, een sekte die zich afscheidde toen Griekenland van de juliaanse tijdrekening overging op de gregoriaanse. Het verschil tussen beide tijdrekeningen bedraagt op het ogenblik 13 dagen, zodat de oud-kalendristen pas Kerst vieren op 7 januari. 

De juliaanse tijdrekening dankt zijn naam aan Julius Caesar, tijdens wiens bewind hij in het Romeinse rijk werd ingevoerd. De gregoriaanse tijdrekening werd in de zestiende eeuw vastgesteld door het Concilie van Trente en in 1582 ingevoerd in Spanje, Portugal en Polen, waarna hij geleidelijk door de rest van Europa werd aanvaard. De Griekse staat ging pas laat, in 1923, over op de 'nieuwe' tijdrekening. Een jaar later volgde de Grieks-orthodoxe kerk, maar wel met de bepaling dat de berekening van de Paasdatum onveranderd zou blijven. Daardoor wordt Pasen in de Grieks-orthodoxe wereld maar één maal in de vier jaar op dezelfde datum gevierd als bij de rooms-katholieken en protestanten.

Naar schatting zo'n 95% van de Grieken behoort tot de staatskerk. Bewegingen als de oud-kalendristen zijn klein en van weinig invloed. Toch baren zij nu en dan opzien, zoals met de processie in Lamia. In de autonome monnikenrepubliek Athos is het klooster Ephigmenou sinds 1974 in handen van de oud-kalendristen en 'in opstand' tegen het Patriarchaat van Constantinopel, dat het geestelijk toezicht op de kloostergemeenschap uitoefent. Sinds de afscheiding van de oud-kalendristen kwam het een aantal malen tot conflicten met de Grieks-orthodoxe kerk, die door de afgescheidenen wordt beticht van 'heulen met de Paus'. Die wordt in deze aartsconservatieve kringen nog steeds gezien als de grote vijand van de kerk. Dat ging in 1974 zo ver dat de monniken van Ephigmenou dreigden zichzelf levend te verbranden als de verbanning van hun abt en zes medemonniken door de Patriarch van Constantinopel niet ongedaan werd gemaakt. Die dreiging werd niet uitgevoerd, maar het klooster bekleedt nog steeds een uitzonderingspositie op Athos. Nog in 1998 maakte de Grieks-orthodoxe kerk zich, met medewerking van de autoriteiten, meester van de kerk van St. Savvas in de Atheense buitenwijk Galatsi, die werd gebouwd en gebruikt door de oud-kalendristen. Onderling zijn er trouwens ook weer groepjes van de oud-kalendristen afgesplitst, waardoor de sekte in een aantal elkaar beconcurrerende splinters uiteen is gevallen. De meeste Grieken zullen er niet van wakker liggen, maar de processie in Lamia was wel een afleiding van de dagelijkse misère door de voortgaande economische crisis. Dat was te zien aan de explosie van gefotoshopte afbeeldingen in de sociale media, waarin Kallinikos ondermeer te zien was op een stoere motor en slapend tussen een aantal Kamerleden in het Griekse parlement.

Eerder gepublicieerd in: Griekenland Magazine, lente 2017.

Foto: auteur