De vroege negentiende eeuw en dan in het bijzonder de periode van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830) is een periode die in de boeken van historicus en romancier Peter van de Steenoven bijzondere belangstelling geniet. Voor zijn roman Een dolende libertijn eind 2025 verscheen publiceerde hij een trilogie over de Bredase notaris Adriaan Bastiaansen, die ook in deze jaren speelt. Minister van justitie Cornelis F. van Maanen (1769-1846), die regelmatig in het boek ter sprake komt, is voor een trouwe lezer van Van de Steenovens boeken dan ook geen onbekende. De persbreidelende minister speelt echter geen hoofdrol. Dat is Derk van Backenes, telg uit een gegoede familie, die een enorm kapitaal en een kasteeltje in Princenhage bij Breda heeft geërfd.
Na zijn studie rechten loopt de rusteloze Van Backenes een beetje met zijn ziel onder de arm. Wat moet hij van zijn leven maken? Hij is aanhanger van de Verlichting, in het bijzonder van sommige ideeën van Rousseau, waaruit een deel van zijn afkeer van de autoritair regerende koning Willem I en de familie Van Oranje voortkomt. Toch twijfelt hij ernstig aan een maatschappelijke loopbaan of een carrière in de politiek. Vooralsnog zoekt hij het antwoord in reizen, waarbij hij vooral graag in Frankrijk verblijft, waar onder het impopulaire bewind van Karel X van alles broeit. In Parijs ontmoet hij ook Nederlanders die de ideeën van het liberalisme zijn toegedaan, waaronder de gebroeders Ary en Arnold Scheffer. De eerste een beroemde en invloedrijke schilder, geboren in Dordrecht, maar dit terzijde, de tweede een vooruitstrevend journalist. Ary zou het na de revolutie van 1830, die de hertog van Orleans als koning Louis-Philippe aan de macht bracht, brengen tot hofschilder van de vorst waarmee hij zeer bevriend was.
Al dolende worstelt Van Backenes ook met zijn familie, die hem het liefst zou zien trouwen met een adellijke dame met een goede reputatie. Zo ver kwam het niet. Wel beleeft onze dolende libertijn diverse erotische avonturen, die ertoe leiden dat hij niet alleen iemand bezwangert, maar eveneens syfilis oploopt. Een in die tijd moeilijk, maar niet onmogelijk te genezen geslachtsziekte.
Op de achtergrond speelt ook een raadsel in de familie, als blijkt dat de moeder van Van Backenes betrekkingen heeft gehad met het huis van Oranje, waar niemand het fijne vanaf weet, of wil weten, omdat hij op vragen daarover geen antwoord krijgt. Op het moment dat de lezer verwacht dat dit raadsel wordt opgelost, komt het plotselinge, nogal dramatische einde van het boek.
Afgezien van de fictieve figuur van Van Backenes en enkele andere personen, houdt Peter van de Steenoven zich nauwgezet aan de context van die tijd. De hoofdpersoon ontmoet werkelijk bestaande historische figuren, zoals de al eerder genoemde gebroeders Scheffer. De historische achtergronden worden met grote precisie geschetst. De auteur baseert zijn verhaal dan ook mede op zijn onderzoek naar Matthieu Versluys, de laatste heer van het in de negentiende eeuw afgebroken kasteel De Emer bij Princenhage. De combinatie met het verteltalent van Van de Steenoven maakt van Een dolende libertijn een rijke en boeiende historische roman.
Peter van de Steenoven, Een dolende libertijn, Breda 2025. ISBN 978-94-6533-116-4.
Zie ook de website van de auteur.
